Naar hoofdinhoud Naar navigatie

Limburgse

Externe (milieu)drukfactoren

Biodiversiteit bevindt zich overal in de leefomgeving: niet alleen in beschermde natuurgebieden, maar ook in parken, tuinen, bermen, watergangen, bedrijventerreinen en agrarische landschappen. De kwaliteit van deze leefgebieden wordt mede bepaald door milieudruk van buitenaf. Stoffen kunnen via lucht, water en bodem een gebied bereiken. Licht, geluid en trillingen kunnen soorten verstoren en fysieke ingrepen kunnen leefgebied verwijderen of verbindingen doorsnijden. Lees hier hoe jij als gemeente om kunt gaan met externe drukfactoren.

Praktische kapstok

Zeven drukfactoren

Voor gemeenten is externe milieudruk relevant omdat veel bronnen en routes samenkomen in de lokale fysieke leefomgeving. De gemeente is niet voor iedere bron het bevoegd gezag, maar heeft wel belangrijke knoppen in handen via ruimtelijke keuzes, het omgevingsplan, vergunningverlening en toezicht, stedelijk waterbeheer, mobiliteitsbeleid, beheer van de openbare ruimte, grondbeleid en samenwerking met provincie, waterschap en omgevingsdienst.

Recreatieve druk en betreding is hierin niet als afzonderlijke drukfactor uitgewerkt. Deze druk wordt behandeld in het aparte hoofdstuk Natuurinclusieve recreatie. Waar recreatie geluid, licht, fysieke aantasting of versnippering veroorzaakt, zijn de betreffende onderdelen van dit hoofdstuk wel relevant.

Luchtemissies en depositie

Bronnen
Verkeer, landbouw, industrie, houtstook, bouw en logistiek.

Effecten
Verzuring, vermesting, directe schade aan vegetatie en voedselwebben en aantasting van de luchtkwaliteit.

Lees meer

Waterverontreiniging en nutriënten

Bronnen
Riooloverstorten, hemelwater, afvalwater, uit- en afspoeling.

Effecten
Eutrofiëring, zuurstoftekort, toxische belasting en verandering van soortensamenstelling.

Lees meer

Chemische en diffuse verontreiniging

Bronnen
Bestrijdingsmiddelen (gewasbeschermingsmiddelen en biociden), metalen, microplastics. materiaaluitloging en andere zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) die zich ophopen in de bodem.

Effecten
Acute en chronische toxiciteit, ophoping en heeft effect op bodem- en waterorganismen.

Lees meer

Geluid en trillingen

Bronnen
Verkeer, bedrijven, bouw en evenementen.

Effecten
Verstoring van gedrag, communicatie en voortplanting van soorten.

Lees meer

Lichtverstoring

Bronnen
Openbare verlichting, sportvelden, bedrijven, kassen en reclame.

Effecten
Negatieve effecten op onder meer vleermuizen, insecten en andere nachtactieve soorten. Denk aan desoriëntatie, aantrekking/afstoting, barrièrewerking of verstoring van het dag-nachtritme.

 

Lees meer

Fysieke aantasting leefgebieden

Bronnen
Kap, verharding, grondwerk, intensief beheer of oeveraantasting.

Effecten
Het verlies van voedsel-, schuil- en voortplantingsplaatsen en bodemfuncties.

 

Lees meer

Versnippering en barrières

Bronnen
Wegen, bebouwing, hekwerken, harde oevers en verlichting.

Effecten
De isolatie van populaties, verkeerssterfte, minder uitwisseling en klimaatadaptatie.

Lees meer

Werken vanuit

Het bron-receptormodel

Een praktische milieudrukanalyse begint niet bij het instrument, maar bij drie vragen: waar ontstaat de druk, langs welke route bereikt deze een leefgebied en welke natuurwaarde is gevoelig? Deze benadering voorkomt dat maatregelen alleen aan het einde van de keten worden genomen.

Stap Vraag Voorbeeld
Bron Welke activiteit veroorzaakt de druk? bedrijfslozing, verkeer, sportveldverlichting, afstromend wegwater
Route Hoe bereikt de druk het leefgebied? depositie, riool, oppervlakkige afstroming, grondwater, lichtbundel, wegbarrière
Receptor Welke soorten of habitats zijn gevoelig? beekfauna, schrale vegetatie, vleermuisroute, broedgebied, bodemleven
Maatregel Kan de bron worden voorkomen of verminderd? emissiereductie, afkoppelen, donkerte, route verleggen
Borging Welk instrument en welke partij zijn nodig? omgevingsplan, vergunning, beheerplan, waterschap, provincie

 

Rol van de gemeente

Zelf doen, regelen, toetsen en samenwerken

De precieze bevoegdheidsverdeling verschilt per drukfactor. Onder de Omgevingswet is de gemeente voor veel milieubelastende activiteiten bevoegd gezag, maar provincie, waterschap en Rijk hebben eigen taken en bevoegdheden. Voor water is de taakverdeling bijvoorbeeld wezenlijk: gemeenten hebben taken voor stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater, terwijl het waterschap onder meer het regionale watersysteem beheert en stedelijk afvalwater zuivert.

Gemeentelijke rollen

Voor de praktijk helpt het om bij ieder knelpunt vier gemeentelijke rollen te onderscheiden:

Eigenaar en beheerder

Bijvoorbeeld wegen, bermen, openbare verlichting, riolering, parken en gemeentelijke gronden.

Regelgever en bevoegd gezag

Omgevingsplan, vergunningen, maatwerk, toezicht en handhaving voor activiteiten waarvoor de gemeente bevoegd is.

Ruimtelijk regisseur

Functies, infrastructuur, groenblauwe structuren en gevoelige gebieden zo positioneren dat druk wordt voorkomen.

Verbinder

Afspraken maken met waterschap, provincie, omgevingsdienst, terreinbeheerders, bedrijven, agrariërs en inwoners wanneer de bron of bevoegdheid buiten de gemeente ligt.

Stapeling van milieudruk

Integrale gebiedsscan

Drukfactoren treden zelden afzonderlijk op. Een beek kan tegelijk worden belast door nutriënten, chemische stoffen, overstorten, licht en fysieke oeveraantasting. Een groene verbinding kan last hebben van verkeer, geluid, licht en versnippering. Een beoordeling per sector kan daardoor een te positief beeld geven. Gebruik daarom bij kwetsbare gebieden of grote ontwikkelingen een integrale gebiedsscan.

Zeven stappen

  1. Breng natuurwaarden en gewenste groenblauwe structuur in beeld.
  2. Breng per drukfactor de relevante bronnen in en rond het gebied in beeld.
  3. Bepaal de routes waarlangs de druk de natuur bereikt.
  4. Markeer hotspots waar meerdere drukfactoren en kwetsbare natuur samenvallen.
  5. Bepaal per hotspot welke partij bevoegd is en welke gemeentelijke rol beschikbaar is.
  6. Kies maatregelen volgens de voorkeursvolgorde: voorkomen bij de bron, verminderen, route onderbreken, receptor beschermen/herstellen.
  7. Leg indicatoren, verantwoordelijkheden en een moment voor bijsturing vast.

Eenvoudige gebiedsmatrix

Drukfactor Bron aanwezig? Kwetsbare receptor? Gemeentelijke knop Partner Prioriteit
Lucht
Water/nutriënten
Chemisch/diffuus
Geluid/trillingen
Licht
Fysieke aantasting
Versnippering

 

De matrix is bewust eenvoudig. De meerwaarde zit niet in een totaalscore, maar in het gesprek over samenloop, verantwoordelijkheden en maatregelen. Een hoge prioriteit ontstaat vooral waar een kwetsbare receptor, een duidelijke bron-route-relatie en een beïnvloedbare bron samenkomen.

Instrumentenkoffer

voor gemeenten

Welke maatregel borg je met welk instrument?

Instrument Waarvoor vooral geschikt Voorbeelden
Omgevingsvisie strategische koers en gebiedsgerichte keuzes donkere corridors, groenblauw netwerk, bronpreventie, ecologische rust
Omgevingsplan bindende regels en functietoedeling milieuregels, hemelwater, bomen, licht/geluid waar juridisch passend, bescherming structuren
Omgevingsvergunning / maatwerk situatiespecifieke voorwaarden emissies, lozingen, werktijden, verlichting, bodembescherming
VTH-beleid prioriteren van toezicht en handhaving illegale lozing, kap, emissies, afvalwater, naleving herstel
Programma / sectorbeleid uitvoering en investeringen waterprogramma, mobiliteit, openbare verlichting, groenbeheer
Eigen beheer en inkoop directe gemeentelijke invloed middelengebruik, maaibeheer, armaturen, emissiearm materieel
Grondbeleid / overeenkomsten voorwaarden bij gemeentelijke grond en ontwikkelingen groenblauwe inrichting, beheer, pachtvoorwaarden, herstel
Subsidie / stimulering gedrags- en investeringsprikkel afkoppelen, vergroening, natuurvriendelijk beheer
Samenwerking bronnen buiten eigen bevoegdheid waterschap, provincie, omgevingsdienst, bedrijven, landbouw, terreinbeheerders

 

Vaste gemeentelijke vragen van initiatief tot beheer

  • Welke natuurwaarden en ecologische verbindingen zijn aanwezig of gewenst?
  • Welke externe drukfactoren veroorzaakt of beïnvloedt het initiatief?
  • Wat zijn bron, route en receptor?
  • Kan de druk bij de bron worden voorkomen?
  • Welke regels gelden al en welke overheid is bevoegd gezag?
  • Welke aanvullende voorwaarden zijn juridisch mogelijk en ecologisch zinvol?
  • Hoe worden maatregelen tijdens uitvoering beschermd?
  • Wie beheert de maatregel na oplevering?
  • Welke indicator laat zien of de maatregel werkt?
  • Wanneer wordt geëvalueerd en welke bijsturing is mogelijk?

Externe (milieu)drukfactoren en

Baten

De belangrijkste winst ontstaat wanneer biodiversiteit niet als afzonderlijk toetsingspunt achteraan het proces wordt toegevoegd, maar wordt gebruikt als kwaliteitscriterium bij reguliere gemeentelijke keuzes over ruimte, beheer, water, mobiliteit en milieu.

Ecologische baten

  • betere bodem-, water- en luchtkwaliteit;
  • meer overleving en voortplantingssucces van gevoelige soorten;
  • robuustere voedselwebben en meer insecten;
  • betere verbinding tussen populaties;
  • grotere klimaatbestendigheid van groenblauwe netwerken;
  • minder cumulatieve druk op beschermde én algemene natuur.

Maatschappelijke en ruimtelijke baten

  • schonere lucht en water en een gezondere leefomgeving;
  • minder wateroverlast en hitte door groenblauwe inrichting;
  • aantrekkelijkere openbare ruimte en landschap;
  • minder herstelkosten wanneer milieuschade aan de bron wordt voorkomen;
  • meer samenhang tussen natuur-, klimaat-, mobiliteits-, water- en gezondheidsbeleid.

Downloads

Vragen of opmerkingen?

Neem contact met ons op

We horen graag jouw input over de Toolbox Biodiversiteit Limburg.

Neem contact op

Vragen of opmerkingen?

Neem contact met ons op

We horen graag jouw input over de Toolbox Biodiversiteit Limburg.

Neem contact op