Limburgse
Kunstlicht kan gevolgen hebben voor biodiversiteit, met name wanneer verlichting leefgebieden, ecologische verbindingen en nachtelijke vliegroutes beïnvloedt. Gemeenten hebben verschillende mogelijkheden om lichtverstoring te beperken, onder meer via ruimtelijke keuzes, openbare verlichting, vergunningverlening en beheer. In dit hoofdstuk staan de belangrijkste aandachtspunten en praktische handvatten voor een gebiedsgerichte aanpak.
Lichtverstoring
Kunstlicht in de nacht kan dieren aantrekken, afstoten of desoriënteren, het dag-nachtritme veranderen en donkere vliegroutes of verbindingen doorsnijden. Vleermuizen, nachtvlinders en andere nachtactieve soorten zijn bekende risicogroepen, maar gevoeligheid verschilt sterk per soort. Verlichting van wegen, gebouwen, sportvelden, bedrijventerreinen, reclame, bouwplaatsen en glastuinbouw kan daardoor ecologische effecten hebben buiten het direct verlichte oppervlak.
Lichtverstoring
Lichthinder is grotendeels een decentrale afweging. Voor kunstlicht bij kassen gelden specifieke rijksregels, maar gemeenten kunnen voor andere situaties gebiedsgericht sturen via omgevingsplan, vergunningen, eigen openbare verlichting en privaatrechtelijke afspraken.
Werk met de voorkeursvolgorde:
Armatuur afschermen en naar beneden richten.
Tijdschakeling, detectie en dimmen
Op basis van de aanwezige soorten en deskundig ecologisch advies; voorkom generieke aannames dat één kleur voor alle soorten “faunavriendelijk” is.
Een belangrijk inzicht uit de bestaande tekst is dat verlichting ruimtelijk moet worden gekoppeld aan ecologische structuren. Een enkele aangepaste lamp helpt weinig als een volledige vliegroute verderop alsnog fel wordt doorsneden. Breng daarom donkere corridors, verblijfplaatsen, foerageergebieden en oversteekpunten in beeld en gebruik die informatie bij openbare verlichting en gebiedsontwikkeling.
Maastricht gebruikte hiervoor een GIS-benadering: potentiële verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebieden van vleermuizen werden gecombineerd met de kaart van openbare verlichting. Zo worden knelpunten zichtbaar en kan vervanging of dimming worden geprioriteerd.
| Situatie | Maatregel | Borging |
|---|---|---|
| Groen-/waterverbinding | donker houden; armaturen afschermen; lichtpunten verplaatsen | OVL-plan, omgevingsplan, projectvoorwaarden |
| Sportveld | tijdvensters, direct uitschakelen na gebruik, afscherming en gerichte armaturen | vergunning/omgevingsplan, beheerafspraken |
| Bedrijventerrein | verlichting alleen functioneel; voorkomen uitstraling naar groen/water | omgevingsplan, vergunning, parkmanagement |
| Bouwplaats | tijdelijke verlichting afschermen en beperken tot werktijd/veiligheid | project- en vergunningvoorwaarden |
| Reclame/gevel | intensiteit, richting en tijden beperken nabij gevoelige locaties | omgevingsplan/APV waar passend |
Maak licht onderdeel van regulier beheer. Registreer armatuurtype, brandregime en ligging ten opzichte van ecologische structuren. Gebruik meldingen en ecologische onderzoeken om knelpunten te prioriteren. Bij soortgevoelige situaties is een ecologische beoordeling nodig; BIJ12-kennisdocumenten geven voor beschermde soorten praktische maatregelen, bijvoorbeeld het voorkomen van verlichting van verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebieden.
“De gemeente beschermt een samenhangend netwerk van donkere groen- en waterstructuren. Nieuwe verlichting nabij ecologische verbindingen wordt alleen toegepast wanneer deze functioneel noodzakelijk is en wordt zo ontworpen dat uitstraling naar leefgebied en vliegroutes zoveel mogelijk wordt voorkomen.”
“Buiten de gebruiks- of werktijden wordt verlichting uitgeschakeld. Armaturen zijn afgeschermd en gericht op het functioneel te verlichten oppervlak. De initiatiefnemer toont bij ligging nabij een ecologische verbinding aan dat donkere passeerbaarheid behouden blijft.”
“De gemeente beschermt een samenhangend netwerk van donkere groen- en waterstructuren. Nieuwe verlichting nabij ecologische verbindingen wordt alleen toegepast wanneer deze functioneel noodzakelijk is en wordt zo ontworpen dat uitstraling naar leefgebied en vliegroutes zoveel mogelijk wordt voorkomen.”
“Buiten de gebruiks- of werktijden wordt verlichting uitgeschakeld. Armaturen zijn afgeschermd en gericht op het functioneel te verlichten oppervlak. De initiatiefnemer toont bij ligging nabij een ecologische verbinding aan dat donkere passeerbaarheid behouden blijft.”
Gebruik de volgende vragen bij beleid, gebiedsontwikkeling, vergunningverlening, beheer of samenwerking: